Nieuwe Spaanse euthanasiewet enkele dagen voor inwerkingtreding aangevochten voor het Constitutioneel Hof

Auteur / Bron : Gepubliceerd op : Thema : Einde van het leven / Euthanasie en geassisteerde zelfmoord Nieuws Temps de lecture : 3 min.

 Afdrukken

Vrijdag 25 juni is de datum vastgesteld voor de inwerkingtreding van de nieuwe Spaanse euthanasiewet, precies drie maanden na de goedkeuring en bekendmaking ervan in het Spaanse staatsblad (Boletín Oficial del Estado). Met deze wet (Ley Orgánica 3/2021) wordt Spanje het achtste land ter wereld dat hulp bij zelfdoding en actieve euthanasie legaliseert, na Nederland, België, Luxemburg, Canada, Colombia, Nieuw-Zeeland en enkele Australische staten. 

De wet erkent een nieuw recht, het recht op euthanasie, dat volgens de wet bestaat in de dood van een persoon die op directe en opzettelijke wijze wordt veroorzaakt na een geïnformeerd, uitdrukkelijk en herhaald verzoek van die persoon, in een context van lijden dat wordt veroorzaakt door een ongeneeslijke ziekte en dat door de persoon als ondraaglijk wordt ervaren. De wet tracht dit nieuwe recht te baseren op andere grondwettelijke rechten, zoals het recht op leven, het recht op lichamelijke integriteit, het recht op menselijke waardigheid en het recht op autonomie.  

Deze nieuwe wet is echter zeer omstreden, en de inwerkingtreding ervan zal niet gebeuren zonder verzet van de samenleving op alle niveaus: politici, deskundigen en burgers. De Spaanse rechtse partij Vox heeft namelijk op woensdag 16 juni beroep aangetekend bij het Spaanse Constitutioneel Hof met het verzoek deze ongrondwettig te verklaren. Dit beroep werd ondertekend door alle 52 afgevaardigden van Vox aangezien het beroep de handtekening van ten minste 50 afgevaardigden vereist. In het door Vox gepresenteerde document, dat meer dan 80 bladzijden beslaat, wordt uitgelegd dat deze wet ernstige overtredingen bevat: 

De nieuwe wet is in strijd met het recht op leven zoals dat is vastgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en Spaanse juridische precedenten.  

Het is in strijd met het grondwettelijke recht op leven zoals vervat in artikel 15 van de Spaanse grondwet. 

Zij miskent de plicht van de Spaanse Staat om zijn burgers te beschermen (artikelen 43, 49 en 50 van de Grondwet), temeer daar er een alternatieve behandeling bestaat die beter beantwoordt aan het evenredigheidsbeginsel: palliatieve zorg. 

Het is een schending van het recht op autonomie van de patiënt, aangezien artsen zelf de wettelijke procedure van euthanasie kunnen inleiden indien de patiënt niet wilsbekwaam is, en dit zonder dat daarvoor toestemming van de rechter nodig is. 

De wet discrimineert mensen met een handicap, en geeft artsen ten onrechte de bevoegdheid om beslissingen over hen te nemen, en zelfs om sommige stappen in de juridische procedure over te slaan. 

Als wet vertoont zij gebreken omdat enkele belangrijke begrippen zeer vaag zijn gedefinieerd en voor interpretatie vatbaar zijn. 

De wet schendt ook het recht op gewetensbezwaar van de arts op verschillende manieren, zoals het feit dat de arts zijn bezwaar schriftelijk kenbaar moet maken en dat de overheid een register zal bijhouden met de namen van bezwaarmakers. 

 

De opstelling van de wet vertoonde een aantal procedurefouten, zoals het feit dat de regering zich niet heeft gebaseerd op het verslag van de Algemene Raad voor de rechterlijke macht, noch op andere verslagen van relevante instanties. 

Vox heeft ook formeel verzocht om de onmiddellijke opschorting van de wet als voorzorgsmaatregel gedurende de beroepsprocedure wegens ongrondwettigheid. 

Vox-afgevaardigde Lourdes Mendez Monasterio legde in een interview met het Europees Instituut voor Bio-ethiek uit dat deze zaak volgens het Spaanse rechtssysteem alle kenmerken vertoont om de wet op te schorten: er is een reëel vermoeden van ongrondwettigheid en de door de wet veroorzaakte schade zou onomkeerbaar zijn indien de wet later ongrondwettig wordt verklaard.  

Mendez Monasterio heeft echter gewezen op enkele tekortkomingen in het Spaanse rechtsstelsel in vergelijking met bijvoorbeeld het Portugese rechtsstelsel. Het Portugese Constitutioneel Hof verklaarde de euthanasiewet afgelopen maart ongrondwettelijk. Het belangrijkste verschil is dat het Portugese Hof verplicht is de wet grondwettig of ongrondwettig te verklaren voordat deze in werking treedt, wat in Spanje niet het geval is. Dit is het probleem achter de Spaanse abortuswet: het Constitutioneel Hof heeft nooit gereageerd op het elf jaar geleden ingediend beroep op ongrondwettigheid. 

De schadelijke gevolgen van deze wet liggen voor de hand, zoals de ondermijning van de waarden waarop het Spaanse systeem is gebaseerd, het verlies van vertrouwen in de relatie tussen arts en patiënt, schendingen van de autonomie van de patiënt, overtredingen jegens gehandicapten en de vermindering van de uitgaven voor palliatieve zorg. 

Ook deskundigen en het maatschappelijk middenveld mobiliseren zich tegen de wet. Zo is er twee weken geleden een documentaire verschenen onder de titel "Wie wenst te sterven? Nee tegen de tragedie van euthanasie", waarin vooraanstaande Spaanse artsen, juristen en onderzoekers de ethische, juridische en sociale problemen achter de nieuwe wet aan het licht brengen. Andere Spaanse artsen hebben een artikel gepubliceerd waarin zij stellen dat deze wet niet is wat Spanje nodig heeft, want wat het land nodig heeft zijn aanzienlijke verbeteringen in de palliatieve zorgdiensten. De meer dan 140 organisaties die de Vergadering voor Leven, Vrijheid en Waardigheid (Asamblea por la Vida, la Libertad y la Dignidad) vormen, hebben ook een komende demonstratie tegen de wet aangekondigd.