FR NL EN

Euthanasie in Belgïe: nieuws

ImprimerRecommander
[Français] 5 juin 2013

Samenvatting

  •   Wilsverklaring inzake euthanasie – Nieuwe didactische fiche van het EIB
  •   Europees Hof voor de Rechten van de Mens – Recht op een letale dosis aan medicatie?
  •   Zaak Gross tegen Zwitserland – Kritische beschouwing
  •   K.B. van 7 maart 2013 – Ereloon voor medisch advies inzake zelfgekozen levenseinde
  •   Een andere kijk op het voorstel tot uitbreiding van de euthanasiewet
  • Wilsverklaring inzake euthanasie – Nieuwe didactische fiche van het EIB

    Iedere volwassene heeft krachtens de Wet betreffende de euthanasie het recht een wilsverklaring op te stellen ten einde euthanasie aan te vragen, voor het geval hij zich in een toestand zou bevinden waarin het onmogelijk is zijn wil duidelijk te kennen te geven. Deze verklaring is vijf jaar geldig, maar nu de uitbreiding van de euthanasiewet op tafel ligt pleiten sommigen voor de toekenning van een onbeperkte geldigheidsduur. Is dit echter een aanvaardbaar voorstel? Wat te denken over deze mogelijkheid tot het opstellen van een wilsverklaring? Welke ethische vragen roept deze wilsverklaring op?
    Lees hier de nieuwe didactische fiche van het EIB
     

     

     

     

     

     

    Europees Hof voor de Rechten van de Mens – Recht op een letale dosis aan medicatie?

    14/05/2013 - Bioethiek, recht en politiek

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 14 mei 2013 een arrest geveld in de zaak Gross tegen Zwitserland. Mevrouw Gross wenste uit het leven te stappen, maar de Zwitserse artsen en autoriteiten weigerden haar de letale dosis aan medicatie voor te schrijven, daar mevrouw Gross aan geen enkele medische aandoening leed. Mevrouw Gross voerde voornamelijk aan dat deze weigering van de Zwitserse autoriteiten, waardoor zij in wezen niet zelf kon beslissen wanneer en hoe zij zou sterven, strijdig zou zijn met het recht op eerbiediging van privéleven, familie- en gezinsleven.

    Het Hof geeft mevrouw Gross gelijk, in die zin dat de Zwitserse wetgeving, dewelke voorziet dat een letale dosis aan medicamenten kan worden afgeleverd op medisch voorschrift, volgens het Hof niet duidelijk genoeg de voorwaarden en de omvang van dit recht beschrijft. Aldus wordt Zwitserland veroordeeld voor schending van het artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

    Lees het arrest hier (Engels)
     

    Zaak Gross tegen Zwitserland – Kritische beschouwing

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft zich reeds verschillende malen uitgesproken over soortgelijke situatie’s. Hoewel het Hof doorheen haar rechtspraak geleidelijk aan heeft gesteld dat het zogenaamde recht “om zelf te beslissen waar en hoe men wil sterven” onder het begrip “eerbiediging van het privé-leven” valt, heeft zij nooit aangeven dat dit “recht” op zich zou bestaan of vervat zou zijn in de bepalingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

    In de zaak Koch tegen Duitsland oordeelde het Hof immers dat een staat niet de verplichting heeft om medisch begeleide zelfmoord toe te laten en te reglementeren. In de zaak Haas tegen Zwitserland werd gesteld dat, indien een staat medisch begeleide zelfmoord toelaat, er passende voorwaarden nodig zijn ten einde elke vorm van misbruik tegen te gaan.

    De Zwitserse wetgeving voorziet onder meer dat medisch begeleide zelfmoord slechts mogelijk kan zijn middels voorschrift van een arts ten einde de letale dosis aan medicamenten te bekomen. Dergelijk voorschrift veronderstelt logischerwijze dat de betrokkene lijdt aan een medische aandoening. Deze voorwaarde zit vervat in de toepasselijke medisch-deontologische regels, doch wordt niet expliciet overgenomen in de wettekst: volgens het Hof is dit voldoende om te besluiten dat de Zwitserse wetgeving niet duidelijk genoeg zou zijn.

    Deze beslissing is enigzins verwonderlijk te noemen, daar in voorliggend geval zowel de behandelende artsen als de bevoegde Zwitserse rechtbanken unaniem hadden vastgesteld dat op grond van de Zwitserse wet niet rechtmatig kon worden ingegaan op het verzoek van mevrouw Gross, daar mevrouw Gross aan geen enkele medische aandoening.

    Het is dan ook begrijpelijk dat maar liefst drie van de zeven rechters van het Hof zich expliciet niet akkoord hebben verklaard met dit arrest: voortgaand op de rechtspraak van het Hof en op de Zwitserse wetteksten uiten deze rechters pertinente bedenkingen bij dit arrest (zie de “Dissident Opinion”, onderaan het arrest). Men kan voorts terecht vrezen dat deze beslissing een bijkomende stap zal vormen naar de erkenning van een algemeen “recht op sterven/zelfmoord” ; dit met of zonder medische begeleiding, en los van enige medische aandoening.

    Er lijken alvast gegronde redenen voorhanden om een verwijzing van deze zaak naar de grote kamer van het Hof te rechtvaardigen, ten einde dit arrest te horen hervormen.
     

     

    K.B. van 7 maart 2013 – Ereloon voor medisch advies inzake zelfgekozen levenseinde

    08/04/2013 - Bioethiek, recht en politiek

    Op 8 april 2013 werd in het Belgisch Staatsblad  het KB van 7 maart 2013 gepubliceerd, zijnde het KB “tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen mag worden verleend voor het verstrekken van medisch advies naar aanleiding van een individueel verzoek voor een zelfgekozen levenseinde”.

    In de Wet van 28 mei 2002 wordt voorzien dat de arts die geconfronteerd wordt met een euthanasie-aanvraag een andere arts dient te raadplegen over de ernstige en ongeneeslijke aard van de aandoening. De geraadpleegde arts moet onafhankelijk zijn ten opzichte van zowel de patiënt als de behandelende arts die hem raadpleegt. Hij stelt een verslag op van zijn bevindingen. Voornoemd koninklijk besluit beoogt de oprichting van een “inrichtende macht” met als doel het verlenen van dit tweede advies eenvoudiger te maken, en in te staan voor de nodige vergoeding.

    Deze inrichtende macht zal bestaan uit twaalf artsen, waarvan drie zullen worden aangeduid door de koepelorganisaties van de federaties voor palliatieve zorg, en drie zullen worden aangeduid door representatieve artsenorganisaties (naargelang hun vertegenwoordiging in het RIZIV). Deze zes leden zullen dan zes andere leden aanduiden.

    Er is voorzien dat “de verschillende levensbeschouwelijke opvattingen inzake menswaardig levenseinde” op een “evenwichtige wijze vertegenwoordigd en vertolkt” dienen te worden. Vraag is echter of dit werkelijk geruststellend is, ten minste als men in het achterhoofd houdt wat binnen de Federale Controle- en Evaluatiecommisie inzake euthanasie gebeurt.

    De Artsenkrant van 12 april 2012 stelt reeds dat LEIF en EOL* deel zullen uitmaken van deze inrichtende macht. De kandidaturen van geïnteresseerde organisaties dienen gericht te worden aan het RIZIV binnen de drie maand na de bekendmaking van de vacatures. De kandidaten die over het meest ervaring beschikken inzake het verlenen van medisch advies met betrekking tot een zelfgekozen levenseinde zullen worden weerhouden… Het KB behelst voorts een definitie van de inrichtende macht, als zijnde de organisatie “die (…) wordt gevormd door één of meerdere verenigingen zonder winstoogmerk (…) dewelke in het kader van hun maatschappelijk doel ijveren voor een menswaardig levenseinde met absoluut respect voor de individuele wil van de ongeneeslijk zieke patiënt (…)”…

    De inrichtende macht houdt met name een lijst bij met vermelding van de artsen die geraadpleegd kunnen worden door huisartsen aan wie een euthanasie-aanvraag werd gericht. De inrichtende macht zal met elke arts die daartoe geschikt werd bevonden een contract afsluiten, en zal de vraag naar een advies opvangen. Voorts zal de inrichtende macht contact leggen met de adviserende arts, een register van de adviezen bijhouden en (minstens om de vijf jaar) een verslag opstellen. De inrichtende macht zal tevens instaan voor de betaling van het ereloon, zijnde 160 EUR (min 10 EUR aan administratiekosten) per advies.

    De geraadpleegde arts zal een verklaring op eer en een geanonimiseerd verslag opstellen. Er wordt voorzien in een jaarlijkse begrotingsenveloppe  van 192.200 EUR, wat overeenkomt met 1.201 adviezen op jaarbasis. Ter vergelijking: in 2012 werd 1.232 maal euthanasie gepleegd.  Prof. Distelmans, voorzitter van het LEIF, heeft deze vooruitgang positief onthaald, maar vreest dat de financiering niet afdoende zal zijn. Dit Koninklijk Besluit zal retroactief uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2012.
     

    * LEIF (LevenEindInformatieForum) EOL (EndOfLife doctors)

    (Vertaling van de franstalige tekst  EIB Bulletin)

    Een andere kijk op het voorstel tot uitbreiding van de euthanasiewet

    www.euthanasiestop.be

Doneren aan het EIB